ECLI:NL:PHR:2010:BL4088
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid inlener voor ongeval tijdens woon-werkverkeer met busje bestuurd door ingeleende werknemer
In deze zaak stond de vraag centraal of de inlener, Licotec Daklicht B.V., aansprakelijk is voor schade geleden door een ingeleende werknemer tijdens een verkeersongeval op de terugweg van de werkplek naar huis. De werknemer reed een bestelbusje dat door Licotec ter beschikking was gesteld en dat door de inzittenden bij toerbeurt werd bestuurd. Ten tijde van het ongeval was geen passende verzekering afgesloten voor de bestuurder, de ingeleende werknemer.
De Hoge Raad bevestigde dat de aansprakelijkheid van de inlener niet gebaseerd kan worden op artikel 7:611 BW Pro, omdat deze bepaling ten tijde van het ongeval nog niet van kracht was. De aansprakelijkheid rust op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW Pro) en de zorgplicht die de inlener jegens de ingeleende werknemer heeft. Het hof oordeelde dat de inlener verwijtbaar tekortgeschoten is door de werknemer na een lange werkdag, waarbij de maximale arbeidsduur werd overschreden, het busje te laten besturen zonder passende verzekering.
De Hoge Raad benadrukte dat het niet afsluiten van een passende verzekering geen zelfstandige grond voor aansprakelijkheid vormt, maar dat aansprakelijkheid gebaseerd moet zijn op verwijtbaar handelen of nalaten. De overschrijding van de maximale arbeidsduur en het risico van de lange autorit werden als relevante omstandigheden gezien. De reisuren werden als werktijd aangemerkt, mede omdat deze als overuren werden uitbetaald. De aansprakelijkheid werd verdeeld tussen de formele werkgever en de inlener, elk voor 50%.
De procedure kende een complex verloop met cessie van de vordering door de werknemer aan de verzekeraar van de formele werkgever. De Hoge Raad verwierp klachten over de rechtsgeldigheid van de cessie en bevestigde het belang van de werknemer bij voortzetting van de procedure. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige rechtsontwikkeling met oog voor maatschappelijke gevolgen en het belang van feitelijke gegevens voor het bepalen van de omvang van verzekeringsplicht en aansprakelijkheid.
Uitkomst: Licotec is aansprakelijk voor 50% van de door de ingeleende werknemer geleden schade wegens schending van haar zorgplicht.