ECLI:NL:PHR:2010:BL4089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige machtiging opname psychiatrische inrichting en geneeskundige verklaring
De rechtbank Amsterdam verleende op 19 oktober 2009 een voorlopige machtiging voor opname en verblijf van betrokkene in een psychiatrische inrichting voor zes maanden. Betrokkene stelde in cassatie dat de geneeskundige verklaring niet aan de wettelijke eisen voldeed, omdat zij nooit door de genoemde behandelend psychiater was onderzocht. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht feitelijk niet was ingebracht bij de rechtbank en dat de beslissing mede gebaseerd was op aanvullend onderzoek door een andere psychiater die de verklaring ondertekende.
Daarnaast klaagde betrokkene dat noch de behandelend psychiater noch de onderzoekend psychiater had voldaan aan de informatieplicht jegens haar over het onderzoek. De Hoge Raad stelde vast dat dit verweer niet bij de rechtbank was gevoerd en dat de rechtbank mocht aannemen dat de onderzoekend psychiater voldoende had geprobeerd betrokkene te informeren, ondanks haar weigering tot medewerking.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank niet gehouden was tot nadere motivering over de rol van de behandelend psychiater en dat de geneeskundige verklaring en aanvullende informatie voldoende waren om de machtiging te rechtvaardigen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrische inrichting blijft gehandhaafd.