ECLI:NL:PHR:2010:BL5450
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep van gefailleerde wegens procesbevoegdheid curator
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding en smartengeld van zijn voormalige werkgever wegens letselschade. Tijdens de procedure wordt eiser failliet verklaard en neemt de curator de procedure over. Nadat het hof de vorderingen van eiser afwijst, stelt eiser cassatieberoep in. Verweerster betwist de ontvankelijkheid van dit beroep omdat het arrest is gewezen op naam van de curator, die de procesbevoegdheid heeft.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel de gefailleerde niet procesonbevoegd is, de bevoegdheid tot het instellen van rechtsmiddelen na faillissement in beginsel bij de curator ligt. De curator heeft de procedure overgenomen, waardoor eiser buiten het geding staat. Het cassatieberoep van eiser is daarom niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de regel dat alleen de curator rechtsmiddelen kan instellen tegen uitspraken die op zijn naam zijn gewezen, tenzij de rechter-commissaris anders beslist. Dit waarborgt de juiste procesvertegenwoordiging van de failliete boedel en voorkomt conflicten over procesbevoegdheid.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep van eiser.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gefailleerde wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de curator de procesbevoegdheid heeft overgenomen.