ECLI:NL:HR:2010:BL5450
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep na overname vordering door curator in faillissement
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding en smartengeld wegens letselschade die hij stelt te hebben geleden tijdens zijn werkzaamheden voor verweerster. Tijdens de procedure bij de rechtbank is eiser op 2 juni 2003 failliet verklaard. De curator heeft de procedure overgenomen met toestemming van de rechter-commissaris.
Na een tussenvonnis waarbij hoger beroep werd opengesteld, heeft verweerster de curator gedagvaard en hoger beroep ingesteld tegen de tussenvonnissen. Het hof vernietigde deze tussenvonnissen en wees de vordering van eiser af.
De Hoge Raad oordeelt dat door de overname van de vordering door de curator, eiser geen procespartij meer is en dat het cassatieberoep alleen door de curator of verweerster kan worden ingesteld. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk en veroordeelt hem in de kosten van het geding.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens verlies van procespartij door overname vordering door curator.