ECLI:NL:PHR:2010:BL5630
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van schuld bij kampvuurincident met wasbenzine
Verdachte had tijdens een schoolkampweekend op het strand te Castricum een kampvuur gemaakt waarbij hij wasbenzine gebruikte. Door het sprenkelen van wasbenzine op het vuur ontstond een steekvlam en ontplofte een fles, waardoor meerdere scholieren ernstig brandwonden opliepen.
Het hof sprak verdachte vrij omdat deskundigen hadden verklaard dat de fysische effecten van het vuur en de ontploffing vooraf niet waren te voorzien, waardoor verdachte niet kon worden verweten dat hij de gevolgen had kunnen en moeten voorzien. Het hof oordeelde dat verdachte wel onvoorzichtig had gehandeld, maar niet zodanig roekeloos of aanmerkelijk onvoorzichtig dat dit schuld in strafrechtelijke zin opleverde.
De Advocaat-Generaal betoogde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had toegepast door het criterium van redelijke toerekening niet correct te hanteren en dat het feit dat de precieze effecten niet voorzienbaar waren, niet uitsluit dat verdachte onvoorzichtig handelde en dat de gevolgen aan hem kunnen worden toegerekend.
De Hoge Raad concludeert dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering en dat het oordeel dat het vereiste causale verband ontbreekt enkel omdat de precieze effecten niet waren te voorzien, onjuist is. Ook is het oordeel dat verdachte niet verwijtbaar onvoorzichtig heeft gehandeld niet begrijpelijk zonder nadere feitelijke onderbouwing.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het middel slaagt en dat de bestreden uitspraak vernietigd moet worden, waarna de Hoge Raad een passende beslissing zal nemen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering omtrent schuld en causaliteit.