ECLI:NL:PHR:2010:BL6079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onbetrouwbaarheid geuridentificatieproef maar handhaaft veroordeling poging tot diefstal
In deze zaak werd de aanvrager veroordeeld door het Gerechtshof Arnhem wegens poging tot diefstal door braak in het Rijn IJssel College te Arnhem. De veroordeling was mede gebaseerd op een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland op 19 mei 2005.
De verdediging stelde dat de geuridentificatieproef onbetrouwbaar was omdat de hondengeleiders de volgorde van de geurdragers kenden, wat in strijd is met de voorschriften. De Hoge Raad bevestigde dat geurproeven in de periode september 1997 tot maart 2006 zonder uitzondering als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd, tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen.
Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat het bewijs zonder de geuridentificatieproef voldoende was om de veroordeling te dragen. De aanwezigheid van de verdachte op de plaats delict, het vluchtgedrag bij aankomst van de politie en het ontbreken van een aannemelijke verklaring ondersteunen de bewezenverklaring.
Daarom werd het verzoek tot herziening van het arrest ongegrond verklaard en bleef de taakstraf van 80 uur ongewijzigd. De Hoge Raad benadrukte hiermee dat ondanks de onbetrouwbaarheid van de geurproef, het overige bewijsmateriaal overtuigend was.
Deze uitspraak bevestigt de terughoudendheid bij het gebruik van geuridentificatieproeven en benadrukt het belang van voldoende aanvullend bewijs bij veroordelingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening ongegrond en bevestigt de veroordeling tot een taakstraf van 80 uur wegens poging tot diefstal.