ECLI:NL:PHR:2010:BL6447
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting bij onterechte taxivrijstelling en toepasselijkheid lex specialis
Belanghebbende, een taxiondernemer, kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd wegens onterecht gebruik van de taxivrijstelling. De belastingdienst stelde dat de auto niet geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer werd gebruikt. Het Hof oordeelde dat de naheffingstermijn beperkt was tot vier tijdvakken van drie maanden voorafgaand aan de constatering, conform artikel 76 Wet Pro mrb '94.
De staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel en voerde aan dat het tijdvak waarover kan worden nageheven moet worden bepaald door het tijdvak waarin het feit zich heeft voorgedaan, niet het moment van constatering. De Hoge Raad bevestigde dat het Hof artikel 76 correct Pro had uitgelegd, maar oordeelde dat artikel 76 niet Pro als lex specialis voorrang heeft op artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr).
De Hoge Raad stelde dat artikel 76 slechts Pro een bijzondere regeling is voor situaties waarin de inspecteur bewijsproblemen heeft en niet uitputtend regelt over welke periode nageheven kan worden. In gevallen waarin de inspecteur voldoende bewijs heeft, kan hij de algemene vijfjaarsperiode van artikel 20 Awr Pro hanteren. De zaak werd verwezen voor verdere beoordeling van het feitelijke geschil over het gebruik van de auto.
In de bijlage bij de conclusie bespreekt de advocaat-generaal uitgebreid de historische en juridische context van de taxivrijstelling, de naheffingsregels, de verhouding tussen lex specialis en lex generalis, en de toepassing van boetebepalingen. Ook wordt ingegaan op de bewijslast en bewijsvermoedens bij fiscale boetes en de specifieke problematiek bij naheffing van motorrijtuigenbelasting en bpm bij taxivervoer.
De conclusie is dat de inspecteur bevoegd is om in gevallen van voldoende bewijs de algemene naheffingstermijn van vijf jaar te hanteren, en dat artikel 76 Wet Pro mrb '94 niet exclusief is. Dit voorkomt dat de taxivrijstelling oncontroleerbaar wordt en stelt de belastingdienst in staat naheffingsaanslagen over langere perioden op te leggen wanneer dat gerechtvaardigd is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bepaalt dat de inspecteur de algemene vijfjaars naheffingstermijn van artikel 20 Awr kan toepassen naast artikel 76 Wet mrb '94.