ECLI:NL:PHR:2010:BL6723
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging moord ondanks afwezigheid bij dodelijke handeling
Verdachte had een buitenechtelijke relatie met de medeverdachte, de echtgenote van het slachtoffer. Samen beraamden zij een plan om het slachtoffer te doden door hem oxazepam toe te dienen en vervolgens zijn keel door te snijden. Verdachte deed voorbereidend onderzoek, kocht een geschikt mes en gaf instructies aan medeverdachte over het moment en de wijze van het doden.
Medeverdachte voerde de daad uit, nadat verdachte haar oxazepam had gegeven en instructies had verstrekt. Verdachte was niet aanwezig bij het daadwerkelijke snijden, maar stond paraat om te assisteren bij het verbergen van het lichaam. Het hof oordeelde dat er sprake was van nauwe en bewuste samenwerking en veroordeelde verdachte voor medeplegen poging moord.
Verdachte stelde in cassatie dat hij slechts als medeplichtige kan worden aangemerkt omdat hij niet zelf het slachtoffer heeft verwond en niet aanwezig was bij de daad. De Hoge Raad verwierp dit verweer, stellende dat medeplegen ook kan bestaan zonder fysieke aanwezigheid bij het delict, zolang sprake is van bewuste en nauwe samenwerking met opzet op het delict.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn was overschreden en dat dit tot strafvermindering moet leiden, maar vond geen reden tot vernietiging van het oordeel over medeplegen. Het cassatieberoep werd daarom verworpen voor zover het de veroordeling betreft, en de strafoplegging werd ter vermindering aan de Hoge Raad overgelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen poging moord en wijst strafvermindering toe wegens termijnoverschrijding.