Conclusie
[verdachte]
derde middelbehelst de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft “medegepleegd’.
derde middelslaagt.
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
Het Hof Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor poging tot afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen, met een straf van drie maanden gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk, en een taakstraf van 60 uren.
Verdachte stelde cassatie in tegen deze veroordeling, met als kernklacht dat uit het bewijsmateriaal niet blijkt dat hij het bewezenverklaarde heeft medepleegd. De Hoge Raad benadrukt dat voor medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking vereist is, waarbij niet noodzakelijk is dat beide medeplegers dezelfde rol vervullen, maar wel dat er voldoende bewijs is voor die samenwerking.
Uit de verklaringen blijkt dat verdachte en een medeverdachte samen het restaurant binnenkwamen en dat verdachte bedreigingen uitte. De medeverdachte heeft echter geen uitvoeringshandeling verricht en het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom sprake zou zijn van nauwe samenwerking. Daarom is het arrest niet begrijpelijk gemotiveerd en vernietigt de Hoge Raad het arrest, wijzend de zaak terug naar het Hof Den Haag voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering omtrent medeplegen en wijst de zaak terug naar het Hof Den Haag.