ECLI:NL:PHR:2010:BL9108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens openbare belediging en bedreiging per telefoon
Op 26 oktober 2006 werden meerdere collega's van het slachtoffer telefonisch benaderd door een man die beledigende en bedreigende uitlatingen deed, waaronder het noemen van de naam van het slachtoffer met grove scheldwoorden en bedreigingen met de dood. Het hof verklaarde verdachte schuldig aan eenvoudige belediging in het openbaar en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, en legde een geldboete op.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze veroordeling, stellende dat de belediging niet in het openbaar was gedaan en dat de identificatie onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad oordeelt dat openbaarheid in de zin van artikel 266 Sr Pro betekent dat de belediging onder omstandigheden is gedaan waardoor anderen dan het slachtoffer de uitlatingen konden horen. De verklaringen van getuigen tonen aan dat de beledigende woorden via de telefoon werden uitgesproken terwijl collega's meeluisterden, onder meer doordat de telefoon op speaker stond.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de belediging in het openbaar was gedaan, maar bevestigt dat de feiten daartoe aanleiding geven. Tevens wijst de Hoge Raad het cassatieberoep verder af, omdat de bewezenverklaring voldoende is onderbouwd met meerdere bronnen. De Hoge Raad wijst ook op overschrijding van de redelijke termijn, wat aanleiding geeft tot strafvermindering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering over openbaarheid, wijst het cassatieberoep verder af en wijst op strafvermindering wegens termijnoverschrijding.