ECLI:NL:PHR:2010:BL9550
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over taxatie houtopstanden en belang pachter bij lijst geldelijke regelingen ruilverkaveling
In deze zaak staat centraal of een pachter belang heeft bij het aanvechten van de taxatie van houtopstanden die eigendom zijn van zijn echtgenote, en of de gebruikte taxatiemethode voor de houtopstanden in de ruilverkaveling "Den Ham-Lemele" juist is.
De rechtbank had de bezwaren van eiser ongegrond verklaard, omdat de taxatie was gebaseerd op de economische waarde van de houtopstanden, een methode die in ruilverkavelingen gangbaar is en aansluit bij de wettelijke bepalingen. Eiser stelde dat de waarde volgens een andere taxatiemethode moest worden vastgesteld en dat sprake was van onteigening, waarbij volledige schadeloosstelling zou moeten gelden.
De Hoge Raad concludeert dat eiser niet ontvankelijk is in zijn cassatieberoep omdat hij niet als eigenaar maar als pachter optreedt en daardoor geen belang heeft bij het aanvechten van de taxatie van de houtopstanden die eigendom zijn van zijn echtgenote. Voor het geval dat eiser wel ontvankelijk zou zijn, wordt het cassatieberoep inhoudelijk verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat de taxatie op basis van economische waarde passend is en dat het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 1 Eerste Pro Protocol) faalt. Ook de klacht dat de nieuwe eigenaar niet is gehoord, wordt afgewezen wegens gebrek aan belang en relevantie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang bij de taxatie van houtopstanden die eigendom zijn van zijn echtgenote.