ECLI:NL:PHR:2010:BM0153
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken beslissing op vordering benadeelde partij bij poging zware mishandeling
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens poging tot zware mishandeling tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van noodweer of noodweerexces en betwistte de bewijsoverwegingen van de politierechter. In hoger beroep herhaalde de raadsman niet uitdrukkelijk alle verweren uit eerste aanleg, waardoor het hof niet verplicht was daarop te beslissen.
De Hoge Raad constateert dat het hof in strijd met artikel 415 Sv Pro juncto artikel 361, vierde lid Sv niet heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij die zich in hoger beroep heeft gevoegd. De vordering tot smartengeld was in eerste aanleg niet toegewezen en de voeging duurde derhalve voort in hoger beroep. Het ontbreken van een beslissing op deze vordering maakt dat het arrest in zoverre niet in stand kan blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest daarom voor zover het betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en wijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing. De overige cassatiemiddelen worden verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van een met redenen omklede beslissing op vorderingen van benadeelde partijen in strafzaken.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het niet heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.