ECLI:NL:PHR:2010:BM0276
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest rijontzegging wegens onvoldoende motivering kennisgeving en wetenschap verdachte
Verdachte werd op 14 maart 2006 betrapt op het besturen van een bedrijfsauto terwijl hem bij rechterlijke uitspraak de rijbevoegdheid was ontzegd. De ontzegging was op 7 november 2005 ingegaan en zou duren tot 3 september 2006. Verdachte voerde aan niet te hebben geweten dat de ontzegging op dat moment van kracht was.
Het Hof had geoordeeld dat verdachte redelijkerwijs moest weten van de ontzegging, omdat hem op 29 november 2004 een kennisgeving was betekend, die hij had ondertekend. De Hoge Raad stelt echter dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verdachte door die betekening al wist dat de ontzegging pas in november 2005 zou ingaan, ruim elf maanden later.
De Hoge Raad overweegt dat het Hof niet heeft vastgesteld dat verdachte op de hoogte was van een eerdere ontzegging die op dat moment nog liep en waarop de nieuwe ontzegging aansloot. Hierdoor is niet duidelijk waarom verdachte redelijkerwijs moest weten dat hij op 14 maart 2006 niet mocht rijden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling. Verdachte was eerder vrijgesproken van rijden zonder geldig rijbewijs, en de procedure bevatte geen middelen als bedoeld in de wet.
De zaak betreft een complexe kwestie rondom de kennisgeving en wetenschap van een rijontzegging en de gevolgen daarvan voor strafbaarheid van het rijden tijdens die ontzegging.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.