ECLI:NL:PHR:2010:BM1668
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aandeelhouders zijn gehouden tot terugbetaling schuld aan voormalig bestuurder ondanks beroep op dwaling
Deze zaak betreft de vraag of aandeelhouders van een vennootschap gehouden zijn tot betaling van een schuld van de vennootschap aan een voormalig bestuurder. De bestuurder beroept zich op een overeenkomst bij beëindiging van zijn dienstverband, waarin de aandeelhouders zich verbinden tot terugbetaling van een lening van €60.000.
De aandeelhouders stelden primair dat niet zij, maar de vennootschap tot betaling was gehouden en voerden subsidiair een beroep op dwaling wegens onjuiste en onvolledige informatie over de financiële situatie van de vennootschap. De rechtbank vernietigde de overeenkomst deels wegens dwaling, maar het hof verwierp het dwalingsberoep en bevestigde dat de aandeelhouders zich persoonlijk hadden verbonden.
De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de aandeelhouders onvoldoende hebben onderbouwd dat zij door onjuiste informatie zijn misleid en dat het hof de overeenkomst juist heeft uitgelegd. Het beroep op dwaling faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag en onvoldoende concretisering van de gestelde onjuistheden en verzwijgingen. Ook het bewijsaanbod van de aandeelhouders werd terecht gepasseerd wegens gebrek aan nadere feiten.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waarmee de aandeelhouders hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling van €60.000 vermeerderd met rente aan de voormalig bestuurder.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep op dwaling en bevestigt dat de aandeelhouders hoofdelijk gehouden zijn tot terugbetaling van €60.000 aan de voormalig bestuurder.