ECLI:NL:PHR:2010:BM1675
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving informatie- en afdrachtplicht en ontstaan nieuwe schulden
De zaak betreft het cassatieberoep van een schuldenaar tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin het hof de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling bevestigde. De beëindiging was gebaseerd op het niet voldoen aan de verplichting tot maandelijkse afdracht aan de boedel, het niet nakomen van de informatieplicht richting de bewindvoerder, en het laten ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden.
De schuldenaar voerde in cassatie vier klachten aan. Ten eerste stelde hij dat hij wel degelijk zijn achterstallige betalingen had voldaan, maar het hof oordeelde dat dit niet afdoet aan het feit dat hij niet maandelijks aan zijn verplichtingen had voldaan. Ten tweede werd aangevoerd dat de informatieplicht wel was nagekomen via zijn advocaat, maar het hof stelde dat het gaat om de informatie die tijdens de uitvoering van de regeling direct aan de bewindvoerder wordt verstrekt.
Ten derde betwistte de schuldenaar dat het ontstaan van nieuwe schulden hem kon worden toegerekend, omdat zijn vader deze schulden zou aflossen. Het hof oordeelde dat het gedrag van de schuldenaar, namelijk het laten ontstaan van nieuwe schulden, reden is voor beëindiging, ongeacht wie de aflossing op zich neemt.
Tot slot concludeerde het hof dat de tekortkomingen in de nakoming van verplichtingen zodanig zijn dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling niet mogelijk is. De Hoge Raad achtte de klachten onvoldoende voor cassatie en verwierp het beroep met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt bekrachtigd.