ECLI:NL:PHR:2010:BM1931
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugwerkende kracht vergunning passieve veredeling bij buitengewone omstandigheden
Belanghebbende nam de onderneming van haar failliete voorgangster over en vroeg later een vergunning passieve veredeling aan. Aanvankelijk vroeg zij geen terugwerkende kracht vanwege onzekerheid over afname van producten. Na het verkrijgen van zekerheid verzocht zij alsnog om terugwerkende kracht tot een jaar voor de aanvraag. De Inspecteur weigerde dit, maar het Hof oordeelde dat sprake was van buitengewone omstandigheden en geen kennelijke nalatigheid, en kende de terugwerkende kracht toe.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat het begrip 'buitengewone omstandigheden' in artikel 508, lid 3, van de Uitvoeringsverordening Communautair douanewetboek (UCDW) een eigen uitleg behoeft, los van het begrip 'bijzondere omstandigheden' in artikel 239 van Pro het CDW. Buitengewone omstandigheden zijn aanwezig wanneer een ondernemer geconfronteerd wordt met rechten die hij met de kennis van nu niet zou hebben hoeven betalen.
Ook oordeelde de Hoge Raad dat het niet kennelijk nalatig zijn van belanghebbende juist is, omdat zij bewust heeft gewacht met de aanvraag totdat meer zekerheid bestond. Bovendien staat niets in de weg om later dan bij de aanvraag om terugwerkende kracht te verzoeken, zolang de geldigheidsduur van de vergunning niet wordt overschreden.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde de terugwerkende kracht van de vergunning tot een jaar voor de aanvraag.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht van de vergunning tot een jaar voor de aanvraag bevestigd.