Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
Middel 1faalt daarom.
Middel 2faalt om die reden.
Middel 3is terecht voorgesteld voor zover het ’s Hofs oordeel bestrijdt dat de Inspecteur geen vergissing heeft gemaakt. Tot cassatie leidt dit echter niet omdat belanghebbende de vergissing redelijkerwijs heeft kunnen ontdekken.
2.Voorwaarden regeling actieve veredeling
Eru Portuguesa [10] overwogen dat de doelstelling van de regeling is ondernemingen in de Gemeenschap die goederen uit derde landen gebruiken voor het vervaardigen van voor uitvoer bestemde producten, in internationaal verband niet te benadelen:
Pometon [12] heeft het HvJ bevestigd dat de hiervoor vermelde doelstelling van de regeling actieve veredeling ook geldt voor de regeling in het CDW, al gebruikt het HvJ in dit arrest hiervoor iets andere en vooral opmerkelijke bewoordingen:
Eru Portuguesasprak over de ondernemingen in de Gemeenschap. Wat hier van zij, ik meen dat het HvJ in beide arresten hetzelfde doel voor ogen heeft gehad. [14]
Döhler Neuenkirchen [21] gaat het om de verplichting de aanzuiveringsafrekening binnen de voorgeschreven termijn in te dienen. [22] Het HvJ overweegt:
middel 1betoogt dat uitsluitend behoeft te worden nagegaan of de viercijferige code overeenkomt met de in de vergunning vermelde code, faalt het naar mijn mening. Voor het geval de Hoge Raad dit anders ziet, merk ik op dat dit nog niet meebrengt dat de utb’s moeten worden vernietigd. Het Hof heeft immers ook ten overvloede geoordeeld dat uitgaande van de viercijfercode, nog steeds 36 van de 49 aangegeven artikelen niet onder de reikwijdte van de vergunning vallen. Als
middel 1naar het oordeel van de Hoge Raad uitsluitend op deze grond terecht is voorgesteld, moet verwijzing volgen om de hoogte van de verschuldigde rechten opnieuw vast te stellen.
middel 1ook voor het overige faalt.
3.Heeft een wijziging van een vergunning terugwerkende kracht?
- Een gewijzigde vergunning treedt in werking op de dag van afgifte of een in de vergunning genoemde latere datum;
- De douaneautoriteiten mogen terugwerkende kracht verlenen tot de dag waarop de aanvraag tot wijziging is ingediend;
- In geval van buitengewone omstandigheden mogen de douaneautoriteiten terugwerkende kracht verlenen tot uiterlijk een jaar voordat de aanvraag tot wijziging van de vergunning is aangevraagd, mits voldaan is aan de in artikel 508(3) UCDW genoemde voorwaarden.
middel 2faalt.
4.Afzien van navordering?
Veloserviss [39] verwoordt het HvJ dit als volgt:
Veloservissen de aldaar aangehaalde rechtspraak).
Hewlett-Packard [42] overweegt het HvJ dienaangaande:
middel 3in zoverre terecht is voorgesteld. Tot cassatie leidt dit echter niet omdat het Hof ook heeft geoordeeld dat belanghebbende een eventuele vergissing van de Inspecteur eenvoudig had kunnen ontdekken. Naar mijn mening houdt dit oordeel in cassatie stand en draagt het zelfstandig ’s Hofs oordeel dat de Inspecteur niet gehouden was van navordering af te zien.
Middel 3faalt daarom eveneens.