ECLI:NL:PHR:2010:BM2501
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 april 2008. Er bestaat samenhang met meerdere andere zaken, die gelijktijdig worden behandeld. De aanzegging van het cassatieberoep vond plaats op 6 november 2008, waarna de termijn van twee maanden voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie op 5 januari 2009 afliep.
Binnen deze termijn heeft verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor kan verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437, tweede lid, Sv. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het cassatieberoep.
Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, aangezien het beroep niet ontvankelijk is verklaard vanwege het niet naleven van de wettelijke termijnen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.