ECLI:NL:PHR:2010:BM3892
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoor en wederhoor in procedure na cassatie en verwijzing bij beslagvrije voet in WSNP
In deze zaak gaat het om een verzoek tot verhoging van de beslagvrije voet in een schuldsaneringsprocedure (WSNP). De rechter-commissaris had een bedrag vastgesteld dat buiten de boedel bleef, maar de schuldenaar was het hier niet mee eens en stelde dat ook de premie voor de ziektekostenverzekering van zijn echtgenote in aanmerking moest worden genomen.
De rechtbank verklaarde het hoger beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar deze beslissing werd door de Hoge Raad vernietigd. Na verwijzing handelde de rechtbank zonder de schuldenaar te horen, wat in strijd was met het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor en met art. 315 lid 1 Faillissementswet Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet horen van de schuldenaar een relevante schending is die niet kan worden getolereerd, ook al leidt dit niet automatisch tot nietigheid volgens oudere jurisprudentie. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij de schuldenaar de gelegenheid moet krijgen zijn standpunt mondeling toe te lichten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en verwijst de zaak voor nadere behandeling terug naar het gerechtshof.