ECLI:NL:PHR:2010:BM4097
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontnemingsmaatregel wegens reizen als wederrechtelijk voordeel bij hennepkwekerij
In deze zaak stond de vraag centraal of de door betrokkene ontvangen reizen naar Thailand als wederrechtelijk verkregen voordeel moesten worden aangemerkt in verband met zijn werkzaamheden in een hennepkwekerij. Betrokkene verklaarde dat hij deze reizen als compensatie kreeg voor diverse werkzaamheden, waaronder het knippen van hennepplanten en andere klusjes.
Het hof oordeelde dat de reizen als beloning voor de werkzaamheden in de kwekerij golden en legde een ontnemingsmaatregel van €3000 op. Betrokkene stelde in cassatie dat het hof het verweer onjuist had geïnterpreteerd en dat het onderzoek ter terechtzitting niet correct was verlopen, waardoor het arrest nietig zou zijn.
De Hoge Raad constateerde een misslag in de verwijzing naar de verklaring van betrokkene, maar achtte dit niet voldoende om het arrest te vernietigen. De Raad bevestigde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de reizen als wederrechtelijk voordeel uit de hennepkwekerij voortvloeiden en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontnemingsmaatregel van €3000 wegens reizen als wederrechtelijk voordeel bij werkzaamheden in een hennepkwekerij.