ECLI:NL:PHR:2010:BM4100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen geldboete wegens overtreding Wet op de Identificatieplicht
Verdachte is door de rechtbank te Utrecht, sector kanton te Amersfoort veroordeeld tot een geldboete van €50,- wegens het niet tonen van een identiteitsbewijs zoals vereist door artikel 2 van Pro de Wet op de Identificatieplicht. Tegen dit vonnis heeft verdachte beroep ingesteld bij de rechtbank.
De griffie van de rechtbank heeft de processtukken doorgestuurd naar de Hoge Raad met de mededeling dat cassatie is ingesteld. De Hoge Raad heeft vervolgens beoordeeld of het beroep ontvankelijk is. Op grond van artikel 404 lid 2 sub b en Pro lid 4 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een dergelijk vonnis geen rechtsmiddel open.
Daarom kan de verdachte niet in het beroep worden ontvangen en wordt hij niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk zal behandelen en het vonnis van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de geldboete wegens overtreding van de Wet op de Identificatieplicht.