ECLI:NL:PHR:2010:BM5704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring en stuiting door aangetekende aanmaningsbrief in betalingsvordering
In deze zaak staat centraal of de verjaring van een vordering tot betaling van openstaande declaraties is gestuit door een aangetekende aanmaningsbrief. Verweerster had werkzaamheden verricht voor eiseres en stuurde meerdere declaraties waarvan een deel onbetaald bleef. Zij stuurde op 29 oktober 2003 een aangetekende brief om betaling te vorderen, die volgens bewijs van aanbieding tevergeefs bij eiseres werd aangeboden en niet werd afgehaald.
De rechtbank wees de vordering af omdat niet was bewezen dat de brief tijdig correct was aangeboden. Het hof oordeelde echter dat de brief wel was aangeboden en dat het niet-afhalen van de brief voor rekening en risico van eiseres kwam, waardoor de verjaring was gestuit. Eiseres kwam hiertegen in cassatie met meerdere middelen.
De Hoge Raad bevestigde dat volgens art. 3:37 lid 3 BW Pro een verklaring ook werkt als deze de geadresseerde niet bereikt door diens eigen handelen, zoals het niet afhalen van een aangetekende brief. De Hoge Raad verwierp de klachten van eiseres en stelde vast dat het hof de bewijsopdracht correct had toegepast en dat de verjaring door de aangetekende brief was gestuit.
Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd, waarbij de vordering van verweerster alsnog werd toegewezen. De zaak verduidelijkt de toepassing van stuiting van verjaring door aangetekende brieven en de gevolgen van het niet afhalen door de geadresseerde.
Uitkomst: De verjaring van de vordering is gestuit door de aangetekende brief die niet werd afgehaald door eiseres, waardoor de vordering alsnog wordt toegewezen.