ECLI:NL:PHR:2010:BM5825
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot verhuisbeperking bij gezamenlijke gezagsuitoefening en omgangsregeling
De zaak betreft een geschil tussen ouders die gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun kinderen uitoefenen, waarbij de moeder het voornemen heeft om met de kinderen te verhuizen naar een plaats buiten de huidige regio. De vader verzocht de rechtbank om de moeder te verbieden verder dan 10 kilometer te verhuizen, dan wel om het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te bepalen. De rechtbank stelde een maximale verhuisafstand van 50 kilometer in en handhaafde de omgangsregeling, welke het contact tussen vader en kinderen waarborgt.
Het hof bekrachtigde deze beschikking en paste daarbij de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding toe, die onmiddellijke werking heeft. Het hof oordeelde dat een verhuisbeperking tot 10 kilometer onnodig belastend is en dat de moeder binnen 50 kilometer een redelijke nieuwe start kan maken zonder het belang van de kinderen te schaden. De vader kwam tegen deze beschikking in cassatie.
De Hoge Raad overwoog dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening niet altijd zwaarder hoeft te wegen dan andere belangen, maar dat alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen. De klachten van de vader over de belangenafweging, motivering en toepassing van de maatstaf faalden. De Hoge Raad bevestigde dat de verhuisbeperking van 50 kilometer passend is en dat de omgangsregeling het contact tussen vader en kinderen in stand houdt.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij verhuisgeschillen en bevestigt dat de rechter ruimte heeft om ook andere belangen dan het belang van het kind mee te wegen, mits het belang van het kind een overweging van de eerste orde blijft. De bestaande omgangsregeling en de zorgverdeling tijdens het huwelijk zijn relevante factoren bij de beoordeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde het oordeel van het hof, waarmee de moeder binnen een straal van 50 kilometer mag verhuizen en de omgangsregeling ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt de verhuisbeperking tot 50 kilometer met handhaving van de omgangsregeling.