ECLI:NL:HR:2010:BM5825

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02912
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWWet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (Stb. 2008, 500)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging maximale verhuisafstand bij gezamenlijke gezagsuitoefening en omgangsregeling

In deze zaak staat een geschil centraal over de maximale afstand waarbinnen een ouder met kinderen mag verhuizen bij gezamenlijke gezagsuitoefening. De vader verzocht de moeder te verbieden met de kinderen buiten een straal van 10 kilometer te verhuizen vanaf het voormalige gemeentehuis in Schipluiden, om de omgang met hem te beschermen.

De rechtbank bepaalde een maximale verhuisafstand van 50 kilometer en stelde een omgangsregeling vast, waarbij werd overwogen dat de moeder haar vrijheid om te verhuizen beperkt is door het belang van het in stand houden van contact tussen vader en kinderen. Het gerechtshof bekrachtigde deze beschikking en oordeelde dat 50 kilometer geen onredelijke beperking vormt en de moeder redelijkerwijs een nieuwe start kan maken.

De vader stelde cassatie in tegen deze beslissing, maar de Hoge Raad verwierp het beroep. De Raad concludeerde dat het hof terecht de maatstaf uit de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding heeft toegepast en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. De belangen van de kinderen stonden centraal in de afweging.

De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling van feitelijke omstandigheden en belangenafwegingen in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht wanneer deze voldoende gemotiveerd zijn. Het beroep werd daarom verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt een maximale verhuisafstand van 50 kilometer.

Uitspraak

18 juni 2010
Eerste Kamer
09/02912
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 289004, rekestnummer 07-3311 van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 maart 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.008.436.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 juli 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 4 juni 2010 op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 Uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van de ouders zijn twee kinderen geboren, [kind 1] op [geboortedatum] 2000 en [kind 2] op [geboortedatum] 2002. De ouders oefenen over hen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. De vader heeft primair verzocht dat de moeder niet met de kinderen zal verhuizen buiten het gebied met een straal van 10 kilometer vanaf het (voormalige) gemeentehuis in Schipluiden en dat een omgangsregeling wordt vastgesteld. De rechtbank heeft "de maximale verhuisafstand van de moeder" bepaald op een straal van 50 kilometer hemelsbreed vanaf gemeld gemeentehuis en een omgangsregeling vastgesteld overeenkomstig de daarover tussen de ouders gemaakte afspraken. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de vrijheid van de moeder om te verhuizen wordt beperkt doordat zij het contact tussen de kinderen en de vader, die een frequente omgang met elkaar hebben, in aanvaardbare mate in stand dient te houden. Een verhuizing waarbij de afstand te groot wordt, zou dit contact bemoeilijken.
Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd met overneming van de gronden en daaraan toegevoegd dat een afstand van 50 km geen inbreuk maakt op de mogelijkheid tot omgang tussen de vader en de kinderen, en dat aan de moeder in redelijkheid niet de mogelijkheid mag worden ontnomen op een redelijke verhuisafstand een nieuwe start te maken met haar gezin.
3.2 De klachten van de vader keren zich tegen hetgeen het hof met betrekking tot de verhuisafstand heeft beslist. Voor zover deze klachten al feitelijke grondslag hebben, zijn zij tevergeefs voorgesteld. Het hof - dat terecht is uitgegaan van de onmiddellijke werking van de wet van 27 november 2008, Stb. 2008, 500, en kennelijk, in cassatie onbestreden, de daarin opgenomen maatstaf heeft toegepast - heeft alle door de ouders over en weer aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking genomen en heeft de argumenten van beide kanten gewogen, en is op grond daarvan, gelet op de belangen van de kinderen, tot zijn bestreden oordeel gekomen. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en kan voor het overige, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet op juistheid worden onderzocht.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 18 juni 2010.