ECLI:NL:PHR:2010:BM6686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening van nageheven loonbelasting bij niet-genoten loon en hoofdelijke aansprakelijkheid werknemer
Belanghebbende, werknemer bij een failliete werkgever, stelde dat hij geen loon had genoten en dat de nageheven loonbelasting niet met zijn inkomstenbelasting verrekend mocht worden. De werkgever had loonbelasting niet afgedragen, maar wel vermeld op loonstroken en jaaropgaaf.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de nageheven loonbelasting niet als ingehouden loonbelasting kon worden beschouwd, omdat de werkgever geen bedrag had afgezonderd met het oogmerk afdracht. Belanghebbende werd niet te goeder trouw geacht en kon de verrekening niet claimen. Het Hof stelde dat de naheffingsaanslag op basis van het eindheffingsregime was opgelegd, waardoor verrekening niet mogelijk was.
De Hoge Raad analyseerde het begrip ingehouden loonbelasting en de voorwaarden voor verrekening van nageheven loonbelasting. De Raad concludeerde dat de naheffingsaanslag niet onder het eindheffingsregime viel en dat verrekening mogelijk is, ook als het loon niet is genoten, mits het loon in de aanslag inkomstenbelasting wordt betrokken. Daarnaast kan de werknemer hoofdelijk aansprakelijk zijn voor niet-ingehouden loonbelasting bij kwade trouw.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en verwees de zaak voor nader onderzoek naar de vraag of belanghebbende het loon daadwerkelijk heeft genoten. De conclusie benadrukt het belang van het onderscheid tussen ingehouden loonbelasting, nageheven loonbelasting en het toepasselijke regime (eindheffing of niet), en de gevolgen voor verrekening en aansprakelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar de vraag of het loon is genoten en bevestigt dat verrekening van nageheven loonbelasting mogelijk is tenzij sprake is van eindheffing.