ECLI:NL:PHR:2010:BM7500
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzettelijke fiscale fraude via aandelenregeling en autokostenvergoeding
In deze zaak stond centraal of een aantal vennootschappen als inhoudingsplichtigen in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 loon moesten opgeven aan hun werknemers over voordelen uit een aandelenregeling en aanvullende autokostenvergoedingen, die via buitenlandse vennootschappen werden uitgekeerd. Het hof oordeelde dat het voordeel uit de zogenoemde aandelenregeling, waarbij werknemers aandelen konden kopen tegen een lage prijs en na enkele maanden konden verkopen tegen een vast veel hoger bedrag, niet als echte aandelen of opties konden worden beschouwd, maar als loonvoordeel dat niet was opgegeven.
De verdachte had als bestuurder en feitelijk leider van de vennootschappen de salaris- en aandelenregeling opgezet en uitgevoerd, waarbij bewust werd gekozen voor constructies om loonbestanddelen via buitenlandse vennootschappen te betalen en zo aan de Nederlandse fiscus te onttrekken. Het hof stelde vast dat verdachte opzettelijk handelde en dat de onjuiste aangiften bewust werden gedaan. Verweren zoals dwaling werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, onder meer dat het loonvoordeel voor rekening van de werkgever werd verstrekt, dat het genietingsmoment lag bij betaling of vorderbaarheid van het voordeel, en dat de opzet van verdachte voldoende was bewezen. De strafoplegging werd niet vernietigd, maar de Hoge Raad achtte een strafvermindering passend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een geldboete van € 200.000,- wegens opzettelijke fiscale fraude.