ECLI:NL:HR:2008:BB3896
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbegrip en compensatie verplichte ziektekostenverzekering in arbeidsrechtelijke context
In deze zaak ging het om de vraag of een compensatie die werknemers ontvingen vanwege verplichte deelname aan een collectieve ziektekostenverzekering als loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 moest worden aangemerkt. Belanghebbenden, een werknemer en haar werkgever, hadden bezwaar gemaakt tegen ingehouden en afgedragen bedragen aan loonbelasting en premie volksverzekeringen.
Het Hof had geoordeeld dat de compensatie een voordeel is dat de werkgever op grond van de CAO aan de werknemer verschaft en dat dit voordeel tot het loon uit dienstbetrekking behoort, ook al staat daar geen directe tegenprestatie in de vorm van arbeid tegenover. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het verweer dat loon alleen zou zijn wat een beloning is voor verrichte werkzaamheden.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de vergoeding niet kan worden aangemerkt als een vergoeding die volgens algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel wordt gezien. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de compensatie als loon uit dienstbetrekking geldt.