ECLI:NL:PHR:2010:BM7678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Bank van de Nederlandse Antillen voor falend toezicht op Rasmal Finance NV
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van de Bank van de Nederlandse Antillen (BNA) jegens de gezamenlijke crediteuren van Rasmal Finance NV wegens falend toezicht. Rasmal, opgericht in 1987 en gevestigd te Sint Maarten, oefende bancaire activiteiten uit zonder de vereiste verklaring van geen bezwaar van de BNA. De BNA had beperkte bevoegdheden onder de Landsverordening Toezicht op het Bank- en Kredietwezen 1972 (LTBK 1972) en stond voor de keuze tussen het toestaan van de overdracht van activa naar een zustervennootschap op Anguilla of het starten van een ontbindingsprocedure.
De BNA had Rasmal gesommeerd haar activiteiten te staken en de vergunning ingetrokken, maar stemde in met de overdracht van activa naar Financial Bank (Anguilla) Ltd. De activiteiten aldaar werden kort daarna verboden en het vermogen verdween grotendeels, waardoor de deposanten schade leden. De curatoren van Rasmal stelden dat de BNA onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig in te grijpen en niet de procureur-generaal te verzoeken tot ontbinding van Rasmal.
Het hof oordeelde dat de BNA onrechtmatig had gehandeld en aansprakelijk was voor de schade, maar de Hoge Raad nuanceert dit oordeel. De Raad benadrukt de beperkte bevoegdheden en de aanzienlijke beleidsvrijheid van de BNA onder de LTBK 1972, evenals het embryonale karakter van de toezichtwetgeving. Ook stelt de Hoge Raad dat de BNA niet verplicht was de procureur-generaal te verzoeken tot ontbinding, omdat dit niet tot haar toezichtsinstrumentarium behoorde. Daarnaast is onduidelijk of een ontbinding daadwerkelijk had plaatsgevonden en schade voorkomen had kunnen worden.
De Hoge Raad concludeert dat de BNA in redelijkheid tot haar handelen heeft kunnen komen gezien de omstandigheden en kennis van toen, en dat het hof de beleidsvrijheid onvoldoende heeft meegewogen. De aansprakelijkheid van de BNA wordt daarom verworpen, en de zaak wordt vernietigd voor verdere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en wijst het cassatieberoep van de Bank van de Nederlandse Antillen toe wegens onvoldoende rekening houden met haar beperkte bevoegdheden en beleidsvrijheid.