ECLI:NL:PHR:2010:BM7798
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vier maanden diensttijdonderbreking en afwijzing herstel aanspraak werknemer
De werknemer was sinds 1 mei 1980 ononderbroken in dienst bij een rechtsvoorganger van UWV. Na een aandelenoverdracht op 30 november 2000 ontstond een diensttijdonderbreking die volgens de Hoge Raad vier maanden duurde, van 1 januari 2001 tot 1 april 2001. De werknemer vorderde herstel van deze onderbreking en toekenning van een gratificatie bij 25-jarig dienstverband.
De rechtbank had de diensttijdonderbreking van drie maanden hersteld, maar het hof vernietigde dit en wees de vorderingen af. Het hof oordeelde dat de aandelenoverdracht leidde tot een onderbreking van vier maanden en dat de werknemer zelf de breuk had veroorzaakt door tussentijds bij een andere werkgever in dienst te treden. Ook was er geen strijd met goed werkgeverschap door UWV.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. De klachten van de werknemer over onduidelijke informatie en ongelijke behandeling slagen niet. De Hoge Raad benadrukt dat een aandelenoverdracht niet automatisch leidt tot wijziging van de arbeidsrechtelijke positie en dat de werknemer geen aanspraak kan maken op herstel van de diensttijd bij een onderbreking van vier maanden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de diensttijdonderbreking van vier maanden wordt bevestigd.