ECLI:NL:PHR:2010:BM7808
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid van verrekening ongevallenverzekeringsuitkering bij letselschade
De zaak betreft een werknemer die blijvend invalide raakte door een arbeidsongeval en een uitkering ontving uit een door zijn werkgever afgesloten ongevallenverzekering. De werkgever en diens aansprakelijkheidsverzekeraars erkenden aansprakelijkheid, maar stelden dat de uitkering uit de ongevallenverzekering in mindering moest worden gebracht op de schadevergoeding op grond van artikel 6:100 BW Pro.
De rechtbank en het hof kwalificeerden de ongevallenverzekering als een sommenverzekering, maar oordeelden dat het redelijk was de uitkering als voordeel te verrekenen vanwege het feit dat de werkgever de verzekering vrijwillig had afgesloten en de premies betaalde. De werknemer stelde dat de verrekening onredelijk was en dat de bewijslast bij de verzekeraars lag.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 6:100 BW Pro de rechter ruime beoordelingsvrijheid geeft om te bepalen of verrekening van een uitkering uit een sommenverzekering redelijk is. Daarbij spelen factoren mee zoals wie de premie betaalt, de aard van de verzekering, de aard van de schade en de mate waarin de uitkering inkomensschade compenseert. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering omtrent de redelijkheid van de verrekening in deze concrete zaak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de redelijkheid van de verrekening van de ongevallenverzekeringsuitkering.