ECLI:NL:PHR:2010:BM8906
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens onrechtmatige daad bank bij niet-uitvoering kooporder aandelen
De zaak betreft een geschil tussen eiser en ABN AMRO Bank over de niet-uitvoering van een kooporder van 62.600 aandelen Sligro door Crédit Suisse. Eiser stelde dat de bank onrechtmatig had gehandeld door de kooporder niet uit te voeren en onjuiste informatie te verstrekken over het aantal beschikbare aandelen.
De Hoge Raad heeft het arrest van het hof bevestigd waarin werd geoordeeld dat de bank bevoegd was de aandelen te verkopen en dat er geen normschending was in het niet uitvoeren van de kooporder. Het hof oordeelde dat eiser en betrokkene niet in hun bewijs waren geslaagd dat de bank na de kooporder geen contact met Crédit Suisse had opgenomen. Tevens was de onjuiste mededeling over het aantal aandelen niet onrechtmatig, omdat er alsnog gelegenheid was een uitvoerbare order te plaatsen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen die stelden dat het hof onvolledig was in zijn weergave van de pleitzitting en dat het bewijsaanbod te beperkt was geïnterpreteerd. Ook werd bevestigd dat het hof de bewijswaardering niet onbegrijpelijk had gedaan. De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de bank niet onrechtmatig heeft gehandeld bij de niet-uitvoering van de kooporder.