ECLI:NL:HR:2010:BM8906
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep bij onvolledige vermelding pleitzitting in civiel proces
In deze zaak stond centraal de vraag of het arrest van het gerechtshof, waarin niet volledig werd vermeld hoe de pleitzitting was verlopen, onjuist was. Het hof had in het arrest aangegeven dat het pleidooi had plaatsgevonden, maar had niet vermeld wat de re- en dupliek van partijen waren, noch de vragen van het hof en de antwoorden daarop. De Hoge Raad oordeelde dat deze onvolledige vermelding niet reeds onjuistheid oplevert.
De zaak betrof een civiel geschil tussen een eiser woonachtig in Zwitserland en ABN AMRO Bank N.V. De Hoge Raad verwees naar eerdere arresten en stukken die aan het arrest waren gehecht, waaronder het arrest van het hof te 's-Gravenhage. Het cassatieberoep van eiser werd verworpen, evenals het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van de bank, omdat de aangevoerde klachten geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde dat de waardering van bewijs en stellingen van partijen is voorbehouden aan de feitenrechter en dat een onvolledige weergave van het verloop van de pleitzitting in het arrest geen grond is voor cassatie. De Hoge Raad veroordeelde eiser tot betaling van de kosten van het cassatiegeding.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 10 september 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.