ECLI:NL:PHR:2010:BM9232
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Heffing van rioolrecht bij verhuurders niet in strijd met artikel 1 Eerste Protocol EVRM
In deze zaak staat centraal de vraag of de heffing van rioolrecht aan verhuurders van goedkope huurwoningen in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op ongestoord genot van eigendom beschermt.
Belanghebbende, eigenaar en verhuurder van sociale huurwoningen, betoogde dat door de cumulatie van huurprijsregulering, hoge gemeentelijke lasten en het verbod op doorberekening van kosten aan huurders, het rendement op zijn woningen onredelijk laag is en dat de heffing van rioolrecht dit verder verergert. Hij verwees naar het Polen-arrest van het EHRM, waarin werd geoordeeld dat een overheid niet zo ver mag ingrijpen dat verhuurders geen redelijk rendement meer behalen.
De Rechtbank en het Gerechtshof oordeelden dat de heffing van rioolrecht aan eigenaren niet in strijd is met de wet en dat het Polen-arrest betrekking heeft op huurprijswetgeving, niet op rioolrechten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel, maar stelt wel dat de cumulatie van huurprijsregulering en belastingen kan leiden tot een disproportionele last die het eigendomsrecht aantast. De Hoge Raad benadrukt dat de nationale wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft, maar dat er een redelijke balans moet zijn tussen algemeen belang en individuele rechten.
De Hoge Raad acht het noodzakelijk dat de situatie van verliesgevende exploitatie en de impact van belastingen zoals rioolrecht nader worden onderzocht en beoordeeld, mogelijk in een verwijzingsprocedure. De uitspraak bevestigt dat de heffing van rioolrecht aan verhuurders van sociale huurwoningen niet per definitie onrechtmatig is, maar dat de samenhang met huurprijsregulering en andere lasten kritisch moet worden bezien.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de heffing van rioolrecht aan verhuurders, maar verwijst de zaak voor nadere toetsing van de proportionele inbreuk op het eigendomsrecht.