Conclusie
Overzicht
détournement de pouvoir, het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredig-heidsbeginsel. In één zaak (deze) heeft het Hof Den Bosch de tariefverhoging buiten toepassing gelaten wegens strijd met het eigendomsgrondrecht. In de andere twee zaken heeft dat Hof de desbetreffende gemeentelijke verordening 2020 noch onverbindend geacht, noch buiten toepassing gelaten.
Het Hofzag als hoofddoel van de tariefverhoging het reguleren van de lokale woningmarkt, nu het amendement dat doel als eerste noemt en dat doel als enige is besproken in de raadvergadering. Dat tweede-huisbezitters gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen wordt in het amendement wel bijkomend genoemd, maar komt in de raadvergadering over de tariefverhoging niet ter sprake; er is geen verband gelegd tussen de tariefverhoging en het gebruik van gemeentelijke voorzieningen. Dat suggereert volgens het Hof dat de gemeente haar heffingsbevoegdheid heeft gebruikt als marktsturings-instrument, wat de vraag zou oproepen of dat
détournement de pouvoiris, nu de rechtsgrond voor de forensenbelasting gevonden moet worden in compensatie voor gebruik van gemeentelijke voorzieningen door niet-ingezetenen. Woningmarktsturing is een ander, daarvan los staand doel. Gegeven echter de ruime bevoegdheid van gemeenten om hun belastingbeleid te bepalen en het feit dat het gebruik van gemeentelijke voorzieningen wel genoemd is, achtte het Hof dit gegeven (net) niet genoeg om
détournement de pouvoiraan te nemen. Het Hof achtte de tariefverhoging evenmin in strijd met andere algemene rechtsbeginselen, zonder zijn toetsing daaraan overigens te specificeren of te expliciteren.
individual and excessive burdenaan de belanghebbende oplegt, in strijd met art. 1 Protocol Pro I EVRM. Het verbod op niet-permanente verhuur van de woning maakt het de voor belanghebbende onmogelijk om de forse tariefverhogingen in 2020 en 2022 af te wentelen en dat verhuurverbod maakt het de belanghebbende ook onmogelijk om de woning minder dan 90 dagen per jaar ter beschikking te hebben en aldus de belasting te voorkomen. De belanghebbende heeft verder onweersproken verklaard dat hij de belasting-verhogingen niet kan betalen en wordt gedwongen de woning te verkopen omdat verhuizing naar de woning door persoonlijke omstandigheden in zijn gezin niet mogelijk is. De verhoging treft de belanghebbende daardoor en door het huurverbod extra hard, aldus het Hof.
De heffingsambtenaarformuleert
in cassatienamens de gemeente drie klachten: (i) drie van de door het Hof genoemde omstandigheden kunnen diens oordeel niet dragen; (ii) het Hof heeft de heffingsambtenaar geen reële mogelijkheid geboden om de in het kader van de toetsing aan art. 1 Protocol Pro I EVRM gestelde feiten gemotiveerd te weerspreken en om andere feiten aan te voeren die het bestaan van een individuele en buitensporige last weerspreken; (iii) het Hof heeft ten onrechte de hoogte van de heffing niet in zijn oordeel betrokken. Een oordeel over een individuele en buitensporige last kan niet gegeven worden los van de hoogte van het belastingbedrag, aldus de heffingsambtenbaar.
De belanghebbendebetoogt
incidenteelen kennelijk voorwaardelijk dat de Verordening buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met algemene rechtsbeginselen, nu uit ’s Hofs oordeel blijkt dat de besluitvorming door de raad onzorgvuldig is geweest en dat een deugdelijke motivering voor de steile tariefverhoging ontbreekt. Het Hof heeft niet getoetst aan de andere door hem aangevoerde algemene rechtsbeginselen, waaronder de evenredigheids-, gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginselen en de redelijkheid en billijkheid. De (verhoging van de) forensenbelasting is volgens de belanghebbende bovendien ongeschikt om de door de gemeente gestelde woiningmarktdoelen te bereiken. Zij dient niet de oorspronkelijke rechtsgrond (vergoeding voor gebruik van gemeentelijke faciliteiten) en ook het oneigenlijke doel (woningmarktregulering) wordt niet bereikt.
détournement de pouvoirschendt, en ook de motiverings- en zorgvuldigheidsbeginselen, het willekeurverbod, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Elke schending op zichzelf zou mogelijk een terughoudende toets kunnen doorstaan, maar de stapeling van schendingen van algemene rechtsbeginselen en beginselen van behoorlijk bestuur, noopt er mijn inziens toe de tariefverhoging niet alleen buiten toepassing te laten in dit geval, maar de verordening onverbindend te verklaren voor zover zij het tarief van de forensenbelasting ten opzichte van 2019 verhoogt.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
Constaterende dat:
détournement de pouvoirinhoudt.
détournement de pouvoir.
détournement de pouvoirinhoudt. Dit betoog strekt volgens het Hof tot exceptieve toetsing van de Verordening aan algemene rechtsbeginselen. Het Hof heeft daarom het door de Afdeling Bestuurs-rechtspraak van de Raad van State (Afdeling) ontwikkelde kader voor toetsing van niet-formele wetten aan hoger recht geciteerd (zie onderdeel 3.1 van de bijlage). [4] Hij achtte dat kader op grond van HR BNB 2021/86, r.o. 5.1 (zie onderdeel 3.7 van de bijlage) ook van toepassing in belastingzaken. De wetgever heeft gemeenten de bevoegdheid gegeven om, behoudens een verbod op draagkracht als verdelingsmaatstaf en behoudens in de wet opgenomen beperkingen, zelf de heffingsmaatstaven voor de gemeentelijke belastingen te bepalen. Het staat gemeenten in beginsel vrij die maatstaven te kiezen die het beste passen bij het gemeentelijke beleid en de plaatselijke heffingspraktijk. [5] Nu art. 223 Gemeentewet Pro geen heffingsmaatstaf of (maximale) tariefstelling bepaalt, mag een gemeente het forensen-belastingtarief desgewenst koppelen aan de WOZ-waarde. Voor onverbindendverklaring van een verordening is pas plaats als de gekozen heffingsmaatstaf of tariefstelling tot een uitkomst leidt die in strijd is met de wet of enig algemeen rechtsbeginsel, aldus het Hof. [6]
3.Het geding in cassatie
tweedewoning van de belanghebbende, met bovendien een WOZ-waarde van € 922.000. In die omstandigheden kan niet snel worden aangenomen dat de forensenbelasting een buitensporige last voor de belanghebbende meebrengt.
BNB2018/19, [10] inhoudende dat de box 3-heffing waartoe het bezit van een verhuurde bovenwoning leidt, op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een op de (huuropbrengst van) de bovenwoning rustende last, zodat die heffing niet tot een individuele en buitensporige last leidde. De belastingplichtige in die zaak wist toen hij de woning kocht dat zij verhuurd was en toen reeds huurprijsbeperkingen golden, zodat hij had aanvaard dat hij de aan de eigendom van de bovenwoning verbonden beperkingen kreeg opgelegd.
détournement-verbod) aangevoerde algemene rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheids-beginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en de redelijkheid en billijkheid. ‘s Hofs oordeel dat met geen van die andere rechtsbeginselen strijd zou bestaan, is niet onderbouwd en daarmee onvoldoende, aldus de belanghebbende. Het gaat hem met name om het evenredigheidsbeginsel.
4.Beoordeling
détournement de pouvoirschendt, en ook de motiverings- en zorgvuldigheidsbeginselen, het willekeurverbod, het gelijkheidsbeginsel en het evenredig-heidsbeginsel. Elke schending op zichzelf zou mogelijk een terughoudende toets kunnen doorstaan, maar de stapeling van schendingen van algemene rechtsbeginselen en beginselen van behoorlijk bestuur – waarbij ook nog komt de combinatie van spanning met democratische basisregels (deze forensenbelasting is een uiteindelijk acht keer zo zware heffing uitsluitend ten laste van een zéér kleine groep (70) niet-stemgerechtigden:
taxation without representation) en de geur van schending van art. 219(2) Gemeentewet (verbod op draagkrachtheffing) - noopt er mijn inziens toe de tariefverhoging niet alleen buiten toepassing te laten in dit geval, maar de verordening onverbindend te verklaren voor zover zij het tarief van de forensenbelasting ten opzichte van 2019 verhoogt.