ECLI:NL:PHR:2010:BM9606
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing boetebeding bij verlenging detacheringsovereenkomst
Deze zaak betreft de uitleg van een boetebeding in een detacheringsovereenkomst en een aanvullende overeenkomst tussen een uitlener en een inlener met betrekking tot de detachering van een medewerker. De kernvraag is of de aanvullende overeenkomst een geldige verlenging van de detacheringsovereenkomst inhoudt, waardoor het boetebeding van kracht blijft nadat de medewerker in dienst is getreden bij de inlener.
De Hoge Raad overweegt dat de aanvullende overeenkomst onlosmakelijk deel uitmaakt van de oorspronkelijke detacheringsovereenkomst en dat de bepalingen van de oorspronkelijke overeenkomst van toepassing blijven, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Het hof heeft geoordeeld dat de aanvullende overeenkomst een verlenging van de detacheringsovereenkomst inhoudt, telkens met een maand, ook al was niet alle partijen schriftelijk betrokken bij deze verlenging.
De Hoge Raad verwerpt het middel dat stelt dat de detacheringsovereenkomst van rechtswege is geëindigd omdat geen schriftelijke verlenging is overeengekomen door alle partijen. Ook het argument dat het niet betalen van salaris aan de gedetacheerde medewerker in juli 2006 een verlenging uitsluit, wordt verworpen. De vordering tot betaling van de contractuele boete wegens het in dienst nemen van de medewerker wordt daardoor bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot betaling van de contractuele boete blijft in stand.