ECLI:NL:PHR:2010:BN0012
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bij mondeling ingediend beklag tegen beslag op grond van artikel 552a Sv
In deze zaak ging het om een beklag van klager tegen de inbeslagname van een geldbedrag van €135.000,- onder betrokkene wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet. Klager trad op als rechthebbende van het geldbedrag en diende mondeling een verzoek tot teruggave in tijdens de openbare raadkamer.
De rechtbank had het mondeling ingediende klaagschrift inhoudelijk beoordeeld en het beklag ongegrond verklaard. De Hoge Raad stelt echter vast dat artikel 552a Sv vereist dat het klaagschrift schriftelijk wordt ingediend bij de griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, en dat de wet geen mogelijkheid biedt voor een mondeling verzoek tot teruggave.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank de klager niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn beklag. De bestreden beschikking wordt vernietigd en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaard. De voorgestelde middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag wegens het ontbreken van een schriftelijk klaagschrift.