ECLI:NL:PHR:2010:BN0012

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01567 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvOpiumwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bij mondeling ingediend beklag tegen beslag op grond van artikel 552a Sv

In deze zaak ging het om een beklag van klager tegen de inbeslagname van een geldbedrag van €135.000,- onder betrokkene wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet. Klager trad op als rechthebbende van het geldbedrag en diende mondeling een verzoek tot teruggave in tijdens de openbare raadkamer.

De rechtbank had het mondeling ingediende klaagschrift inhoudelijk beoordeeld en het beklag ongegrond verklaard. De Hoge Raad stelt echter vast dat artikel 552a Sv vereist dat het klaagschrift schriftelijk wordt ingediend bij de griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, en dat de wet geen mogelijkheid biedt voor een mondeling verzoek tot teruggave.

Daarom oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank de klager niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn beklag. De bestreden beschikking wordt vernietigd en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaard. De voorgestelde middelen behoeven geen bespreking.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag wegens het ontbreken van een schriftelijk klaagschrift.

Conclusie

Nr. 09/01567 B
Mr. Aben
Zitting 22 juni 2010
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De rechtbank te 's-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 16 januari 2009 ongegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van € 135.000,-.
2. Tegen de beschikking van de rechtbank heeft de klager beroep in cassatie ingesteld. Mr. H.J. Ruysendaal, advocaat te Rotterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3.1. Ambtshalve merk ik het volgende op.
3.2. Het gaat in deze zaak om een geldbedrag van € 135.000,- dat onder [betrokkene 1] wegens verdenking ter zake van overtreding van de Opiumwet in beslag is genomen. Klager was in eerste instantie ter openbare raadkamer van 16 januari 2009 verschenen om aldaar als getuige op te treden bij de behandeling van het door [betrokkene 1] ingediende klaagschrift. Tijdens de behandeling in raadkamer heeft de klager aangevoerd dat hij rechthebbende is van het aan [betrokkene 1] geleende geldbedrag. [betrokkene 1] heeft aangegeven dat het geldbedrag aan de klager toebehoort. De rechtbank, die de verklaring van de klager heeft aangemerkt als een mondeling ingediend klaagschrift, heeft het beklag van de klager behandeld en voorts bij beschikking van 16 januari 2009 het beklag ongegrond verklaard.
3.3. Ingevolge art. 552a lid 1 Sv kunnen belanghebbenden zich schriftelijk beklagen. In het derde lid van voornoemd artikel is bepaald dat het klaagschrift moet worden ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg. De wet kent niet de mogelijkheid dat een verzoek tot teruggave mondeling wordt gedaan.(1)
3.4. Uit de gang van zaken zoals hiervoor onder 3.2. is beschreven volgt m.i. dat de regels voor indiening van het klaagschrift in casu niet zijn nageleefd. Immers niet is voldaan aan het wettelijke vereiste van een schriftelijk ingediend klaagschrift (bij de stukken van het geding bevindt zich niet een klaagschrift van de klager). De rechtbank, die het mondelinge verzoek tot teruggave van het geld aan klager aan een inhoudelijke beoordeling heeft onderworpen, had daaraan dus niet mogen toekomen. Dit brengt mee dat de rechtbank de klager niet-ontvankelijk in zijn beklag had behoren te verklaren, in plaats van te beslissen zoals hiervoor onder rubriek 1 is weergegeven.(2)
Gelet op het voorgaande behoeven de voorgestelde middelen geen bespreking.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking vernietigt en de klager alsnog niet-ontvankelijk verklaart in zijn beklag.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Zie o.m. R. Kuiper, 552a-beklag tegen 94(a) beslag, Strafblad 2008, p. 83-111, par. 5.1, HR 25 juni 2002, LJN AE2644 en HR 7 september 2004, LJN AP1533.
2 Vgl. o.m. de hiervoor (onder voetnoot 1) genoemde jurisprudentie alsmede HR 19 juni 2007, LJN BA0482.