ECLI:NL:PHR:2010:BN1398
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling faillissementsverzoek en vorderingsrecht in cassatie
Sportsgear heeft bij de rechtbank een verzoek tot faillietverklaring van [verweerder] ingediend. De rechtbank oordeelde dat Sportsgear een opeisbare vordering had en verklaarde [verweerder] failliet. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en wees het faillissementsverzoek af, omdat niet summierlijk was gebleken van het bestaan van een vorderingsrecht van Sportsgear.
Sportsgear kwam in cassatie tegen het arrest van het hof met drie middelen. De Hoge Raad verwierp het eerste middel omdat het niet voldeed aan de eisen van een cassatiemiddel. Het tweede middel faalde omdat het uitging van een onjuiste rechtsopvatting dat het hof ook de faillissementstoestand van [verweerder] had moeten onderzoeken nadat het vorderingsrecht was verworpen.
Het derde middel betrof de veroordeling van Sportsgear in faillissementskosten. De Hoge Raad oordeelde dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat op grond van artikel 15 lid 3 Fw Pro en dat geen doorbrekingsgrond was aangevoerd. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Sportsgear wordt verworpen en het faillissementsverzoek afgewezen.