ECLI:NL:PHR:2010:BN1702
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen ongewenstverklaring schorsen de beschikking niet
Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld op grond van een beschikking tot ongewenstverklaring. Tegen deze beschikking was bezwaar gemaakt, maar volgens artikel 3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 heeft het indienen van een bezwaarschrift geen schorsende werking. Dit betekent dat de beschikking onmiddellijk van kracht blijft, ook als het bezwaar nog niet onherroepelijk is beslist.
De raadsman van verdachte stelde dat verdachte vrijgesproken moest worden omdat het bezwaar nog niet was behandeld op het moment van de tenlastelegging. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze stelling geen steun vindt in het recht, omdat de hoofdregel in artikel 6:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een bezwaar niet automatisch schorsende werking heeft, tenzij anders is bepaald. Bij de Vreemdelingenwet is geen afwijking vastgesteld.
Het beroep van verdachte faalt dan ook, mede omdat het beroep tegen de beschikking tot ongewenstverklaring uiteindelijk is verworpen. De Hoge Raad zag geen reden om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; bezwaar tegen ongewenstverklaring schorst de beschikking niet.