ECLI:NL:PHR:2010:BN1702

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04182
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 SrArt. 6:16 AwbArt. 3.5 Vreemdelingencirculaire 2000
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaren tegen ongewenstverklaring schorsen de beschikking niet

Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld op grond van een beschikking tot ongewenstverklaring. Tegen deze beschikking was bezwaar gemaakt, maar volgens artikel 3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 heeft het indienen van een bezwaarschrift geen schorsende werking. Dit betekent dat de beschikking onmiddellijk van kracht blijft, ook als het bezwaar nog niet onherroepelijk is beslist.

De raadsman van verdachte stelde dat verdachte vrijgesproken moest worden omdat het bezwaar nog niet was behandeld op het moment van de tenlastelegging. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze stelling geen steun vindt in het recht, omdat de hoofdregel in artikel 6:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een bezwaar niet automatisch schorsende werking heeft, tenzij anders is bepaald. Bij de Vreemdelingenwet is geen afwijking vastgesteld.

Het beroep van verdachte faalt dan ook, mede omdat het beroep tegen de beschikking tot ongewenstverklaring uiteindelijk is verworpen. De Hoge Raad zag geen reden om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; bezwaar tegen ongewenstverklaring schorst de beschikking niet.

Conclusie

Nr. 08/04182
Mr. Vellinga
Zitting: 29 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 18 september 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. P.L.E.M. Krauth, advocaat te Zwolle, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen het oordeel, dat, nu artikel 3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 inhoudt dat het indienen van een bezwaarschrift tegen ongewenstverklaring de werking van de beschikking niet opschort en de beschikking dus onmiddellijke werking heeft, de stelling van de raadsman dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde omdat er op 7 januari 2008 nog niet onherroepelijk was beslist op het bezwaarschrift tegen de beschikking tot ongewenstverklaring, geen steun vindt in het recht.
4. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.(1) Genoemde bepaling stemt overeen met de hoofdregel vervat in art. 6:16 Awb Pro terwijl bij de Vreemdelingenwet niet anders is bepaald.
5. Het middel faalt. Dat geldt temeer nu - zoals verdachtes raadsman heeft verklaard - het beroep tegen bedoelde beschikking is verworpen.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 18 november 1986, NJ 1987, 491