ECLI:NL:PHR:2010:BN7172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat naheffingsaanslag terecht is bij onjuiste aangifte en terugstorting betaling
In deze zaak staat centraal de vraag of een naheffingsaanslag terecht is opgelegd nadat belanghebbende een onjuiste aangifte omzetbelasting deed en vervolgens een verbeterde aangifte indiende met betaling, die door de Belastingdienst abusievelijk werd teruggestort. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag op op grond van artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), omdat de betaling niet kon worden verwerkt en werd teruggestort.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd, omdat de betaling niet als voldaan kon worden beschouwd. Het hof stelde echter dat de terugstorting buiten de wil van belanghebbende was geschied en dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De Hoge Raad benadrukt dat de tweede aangifte moet worden beschouwd als een bezwaarschrift en verzoek tot naheffing en dat betaling en aangifte afzonderlijke verplichtingen zijn.
De Hoge Raad wijst erop dat de terugstorting niet betekent dat de belasting niet is betaald in de zin van artikel 20 AWR Pro. De inspecteur mag naheffen indien belasting die op aangifte behoort te worden voldaan, geheel of gedeeltelijk niet is betaald. Een vrijwillige verbetering en betaling na de aangiftetermijn kunnen niet leiden tot het opnieuw indienen van een gewone aangifte; naheffing is dan het juiste instrument.
De uitspraak bevestigt de juridische positie dat suppletieaangiften geen nieuwe aangiften zijn, maar verzoeken tot naheffing of bezwaarschriften. De Belastingdienst moet betalingen correct verwerken en contact onderhouden met de inspecteur om onterechte terugbetalingen te voorkomen. De zaak illustreert de complexiteit van de administratieve verwerking en de noodzaak van zorgvuldigheid bij betalingen en naheffingsaanslagen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag is terecht opgelegd ondanks de terugstorting van de betaling door de Belastingdienst.