1 Inspecteur van de Belastingdienst/P.
2 Ontvanger van de Belastingdienst/P.
3 De in deze conclusie vermelde citaten zijn zonder de daarin voorkomende voetnoten opgenomen.
4 Rechtbank Haarlem 20 mei 2008, nr. AWB 08/141. Deze uitspraak is niet gepubliceerd.
5 Gerechtshof te Amsterdam 16 juli 2009, nr. 08/00709, LJN BJ2938, V-N 2009/47.1.1, NTFR 2009/1714.
6 Belanghebbende bedoelt 001 (noot toegevoegd RIJ).
7 Bedoeld wordt 'teruggaaf nr. 002 omz.b.jaar 06 *X BV*' (noot toegevoegd, RIJ).
8 Leidraad Invordering 1990, Regeling van 25 juni 1990, nr. CPP2007/3155M, 9. (Art 7, § 1) Betaling bij vergissing.
9 Leidraad Invordering 2008, Bijlage bij besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M, 7.8. Betaling bij vergissing, V-N 2008/37.3.
10 http://www.belastingdienst.nl/zakelijk/omzetbelasting/btw_aangifte_doen_betalen/uw_aangifte_corrigeren/uw_aangifte_corrigeren-02.html, laatstelijk geraadpleegd op 25 augustus 2010.
11 Hoge Raad 22 februari 1984, nr. 22 238, BNB 1984/234. In vergelijkbare zin: Hoge Raad 22 februari 1984, nr. 21979, BNB 1984/233.
12 Hoge Raad 11 januari 1989, nr. 25398, BNB 1989/105.
13 Hoge Raad 2 december 1992, nr. 27590, BNB 1993/91. In vergelijkbare zin: Hoge Raad 22 februari 1984, nr. 21979, BNB 1984/233.
14 Hoge Raad 15 december 1993, nr. 28488, BNB 1994/67.
15 Hoge Raad 31 mei 1996, nr. 15998, NJ 1996, 671 (Trinidad/Ontvanger).
16 Hoge Raad 21 augustus 1996, nr. 29614, LJN AA1702, BNB 1996/402.
17 Hoge Raad 8 januari 1997, nr. 31657, LJN AA3200, BNB 1997/68.
18 Hoge Raad 12 september 1997, nr. 16405, NJ 1998, 145.
19 Hoge Raad 15 april 1998, nr. 33245, LJN AA2492, BNB 1998/186.
20 Hoge Raad 24 augustus 1999, nr. 34571, LJN AA2846, BNB 1999/393.
21 Hoge Raad 15 december 1999, nr. 33369, LJN AA4066, BNB 2000/168.
22 Hoge Raad 21 oktober 2005, nr. 41181, LJN AU4738, BNB 2006/11.
23 Hoge Raad 11 januari 2008, nr. 41262, LJN BC1593, BNB 2008/72.
24 Hoge Raad 16 januari 2009, nr. 42746, LJN BG9887, BNB 2009/65. In vergelijkbare zin: Hoge Raad 16 januari 2009, nr. 07/10527, LJN BG9874, V-N 2009/6.7, NTFR 2009/171.
25 Hoge Raad 16 januari 2009, nr. 08/02766, LJN BG9983, BNB 2009/66.
26 Hoge Raad 13 augustus 2010, nr. 09/00019, LJN BN3847, V-N 2010/37.4. In vergelijkbare zin: Hoge Raad 13 augustus 2010, nr. 09/00018, LJN BN3840, V-N 2010/37.5 en Hoge Raad 13 augustus 2010, nr. 09/00020, LJN BN3849, V-N 2010/37.6.
27 Hof Amsterdam 24 november 2008, nr. P07/00398, LJN BG5673, V-N 2009/10.1.2.
28 Gerechtshof te 's-Hertogenbosch 10 juli 1996, nr. 94/2630-E IV, Belastingblad 1997/420.
29 Gerechtshof te 's-Hertogenbosch 15 mei 1998, nr. 97/0215, gepubliceerd onder Hoge Raad 3 maart 1999, nr. 34493, BNB 1999/203.
30 Hoge Raad 3 maart 1999, nr. 34493, BNB 1999/203.
31 Gerechtshof te Leeuwarden 5 februari 2008, nr. 07/01027, LJN BC9896.
32 L.A. de Blieck e.a., Algemene wet inzake rijksbelastingen, Deventer: Kluwer 2009, blz. 211-212.
33 Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 23 april 2007, nr. DGB2007-1221, V-N 2007/21.4.
34 Bedoeld wordt de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch 11 augustus 2006, nr. 03/01205, LJN AZ1145, NTFR 2007/315 (noot toegevoegd, RIJ). Deze uitspraak is vernietigd door de Hoge Raad, behoudens de beslissing omtrent de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep voor zover het was gericht tegen het niet ambtshalve verlenen van de gevraagde teruggaaf; Hoge Raad, 1 februari 2008, LJN BC3174, NTFR 2008/270.
35 Brief Staatssecretaris van Financiën van 25 augustus 2008, nr. DGB 2008-03325 U, V-N 2008/41.13.
36 M.W.C. Feteris, Heffing van belasting door middel van betaling op aangifte, Deventer: Kluwer 2005, blz. 32-33.
37 M.W.C. Feteris, t.a.p., blz. 44.
38 M.W.C. Feteris, t.a.p., blz. 288-290.
39 Voetnoot auteur: HR 21 augustus 1996, BNB 1996/402. Hof Arnhem 25 oktober 2002, nr. 01/01156, stond daarentegen naheffing toe nadat de Belastingdienst per abuis een bedrag retourneerde dat op aangifte was betaald.
40 W.E. Nent, 'Bestuurlijke boeten en suppleties; mission impossible?', Tijdschrift voor Formeel Belastingrecht, 2009/7, blz.26-28.
41 Bedoeld wordt de Hofuitspraak waartegen in de onderhavige procedure beroep in cassatie is ingesteld; Hof Amsterdam 16 juli 2009, nr. 08/00709, LJN BJ2938, V-N 2009/47.1.1, NTFR 2009/1714 (noot toegevoegd, RIJ).
42 A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en E.J.M. Rosier, 'Bezwaar tegen suppletieaangifte aangiftebelastingen mogelijk?', Tijdschrift voor Formeel Belastingrecht, 2000/11-12, blz. 19.
43 Zie onderdeel 4.8 van deze conclusie.
44 Zie 4.8.
45 Zie 4.14 en 4.24.
46 Zie 3.3.
47 Vgl. 4.12.
48 Vgl. de in 4.7 opgenomen vermelding op de website van de Belastingdienst.
49 Zie 4.3.
50 Op 1 juli 2009 is de Vierde tranche Awb in werking getreden, onder meer houdende bepalingen betreffende bestuursrechtelijke geldschulden, in de nieuwe titel 4.4 Awb. Artikel 4:89, lid 1, Awb luidt: 'Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt betaling door bijschrijving op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening.' Artikel III, lid 1, van het bijbehorende overgangsrecht luidt: 'Op een verplichting tot betaling van een geldsom aan of door een bestuursorgaan die is vastgesteld of ontstaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht zoals dat gold vóór dat tijdstip van toepassing.'
51 Zie 4.18 en 4.21-4.22. Overigens is in artikel 20, lid 1, tweede volzin, AWR met ingang van 1 januari 2010 de zinsnede 'een ingevolge de belastingwet gedaan verzoek' veranderd in 'een gedaan verzoek'. Aldus kan bij een verleende ambtshalve teruggaaf vanaf 2010 in beginsel ook worden nageheven op grond van artikel 20, lid 1, tweede volzin, AWR.
52 Zie 4.13.
53 Zie 2.8.
54 Vgl. 4.19 en 4.26.
55 Zie 2.5.
56 Zie 4.4-4.5 en 4.31.
57 Zie 4.11, 4.20, 4.23 en 4.25; vgl. 4.17.
58 Zie 4.7 en 5.6.
59 Zie 4.15.