ECLI:NL:HR:2010:BN7172
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat naheffingsaanslag omzetbelasting buiten reguliere aangifte niet kan worden nageheven
Belanghebbende, een onderneming, had over het jaar 2006 aanvankelijk een teruggaaf van omzetbelasting aangegeven. Later gaf zij bij verbeterde aangifte aan dat zij een bedrag van € 15.821 aan omzetbelasting verschuldigd was, welk bedrag zij ook betaalde. De ontvanger stortte dit bedrag abusievelijk terug aan belanghebbende. Vervolgens legde de Inspecteur een naheffingsaanslag op ter hoogte van het teruggestorte bedrag en het aanvankelijk aangegeven bedrag.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen de handhaving van de naheffingsaanslag ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep gegrond. Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd voor het bedrag van € 15.821, omdat dit bedrag reeds was betaald en de terugbetaling abusievelijk en buiten de wil van belanghebbende had plaatsgevonden.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Hof, maar de Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond. De Hoge Raad bevestigde dat de naheffingsaanslag niet terecht was opgelegd voor het bedrag dat buiten de reguliere aangifte was betaald, en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag voor het bedrag van € 15.821 wordt vernietigd.