ECLI:NL:PHR:2010:BN8465
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens nalaten noodzakelijke veiligheidsmaatregelen bij brandincident tankstation Rotterdam
Op 14 maart 2003 ontstond er brand op een pompplateau van een inrichting in Rotterdam, waar zeer licht ontvlambare en brandbare vloeistoffen werden opgeslagen en overgeslagen. De verdachte, een bedrijf dat deze inrichting dreef, liet werknemers werkzaamheden uitvoeren aan leidingen met brandgevaarlijke stoffen zonder voorafgaande gasmetingen, wat leidde tot een explosie en brand.
De tenlastelegging betrof het niet treffen van alle noodzakelijke maatregelen om zware ongevallen te voorkomen, waaronder het niet verrichten van metingen ter vaststelling van mogelijke vrijkomende gassen of dampen. Daarnaast werd de verdachte verweten in strijd te hebben gehandeld met vergunningvoorschriften, waaronder het ontbreken van een goed werkende niveaubeveiliging bij een tank.
Het hof veroordeelde de verdachte tot geldboetes wegens overtreding van milieuwetgeving en arbeidsomstandighedenwetgeving. De verdediging voerde onder meer aan dat de norm van artikel 5 van Pro het Besluit risico's zware ongevallen te vaag was en dat het hof ten onrechte de zaak bij verstek had behandeld. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het niet verrichten van gasmetingen een noodzakelijke maatregel was ter voorkoming van zware ongevallen. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de uitleg van vergunningvoorschriften een feitelijke aangelegenheid is en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het lossen van het schip niet lekvrij geschiedde.
De Hoge Raad stelde vast dat de strafrechtelijke norm niet concreet is, maar dat strafbaarheid alleen aan de orde is indien het voor de verdachte duidelijk was dat bepaalde maatregelen noodzakelijk waren. De Hoge Raad oordeelde dat dit in het onderhavige geval het geval was en dat de veroordeling terecht is. Wel werd erkend dat de behandeling van het cassatieberoep te lang heeft geduurd, wat tot strafvermindering moet leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte wegens het niet treffen van noodzakelijke veiligheidsmaatregelen en vermindert de straf wegens termijnoverschrijding.