ECLI:NL:PHR:2010:BN8529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van rechtsmiddelen en uitleg van artikel 137 lid 2 Faillissementswet bij verificatievergadering
In deze cassatieprocedure staan twee zaken centraal waarin Vivendi Telecom International S.A. c.s. verzoeken deden op grond van art. 137 lid 2 Faillissementswet Pro tot verbetering van het proces-verbaal van een verificatievergadering in het faillissement van Elektrim Finance B.V. De verzoeksters stelden dat hun vorderingen tijdig en deugdelijk ter verificatie waren ingediend, maar ten onrechte niet als zodanig in het proces-verbaal waren vermeld. De curator betwistte deze vorderingen en voerde aan dat de vorderingen niet op de lijsten van betwiste schuldvorderingen waren opgenomen, met vermelding alleen van Vivendi S.A. als crediteur.
De rechtbank wees het verzoek tot rectificatie grotendeels af, waarna Vivendi Telecom S.A. c.s. zowel hoger beroep als cassatie instelden. Het hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en bekrachtigde de beslissing van de rechtbank. De Hoge Raad bekeek vervolgens of de beslissing van de rechtbank een administratieve beschikking was in de zin van art. 85 Faillissementswet Pro, waartegen geen hoger beroep openstaat, en oordeelde dat dit niet het geval was. Daarmee stond hoger beroep open en was het directe cassatieberoep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ging vervolgens in op de uitleg van art. 137 lid 2 Faillissementswet Pro. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze bepaling bedoeld is om crediteuren de mogelijkheid te bieden onjuiste vermeldingen in het proces-verbaal te corrigeren indien deze onjuistheden het gevolg zijn van fouten of vergissingen van de curator of griffie. De Hoge Raad stelt dat deze bepaling niet bedoeld is voor gevallen waarin de onjuistheid niet kenbaar was voor de andere crediteuren of niet op de verificatievergadering is besproken. Ook moet worden gewaarborgd dat andere betrokkenen bij het faillissement de gelegenheid krijgen de vordering te betwisten.
De Hoge Raad concludeert dat art. 137 lid Pro 2 F beperkt moet worden uitgelegd en niet van toepassing is indien de vordering niet op de verificatievergadering aan de orde is geweest en niet kenbaar was voor andere crediteuren. De mogelijkheid van betwisting door andere crediteuren is essentieel. Daarnaast is vastgesteld dat de vorderingen van Vivendi Telecom S.A. c.s. inmiddels zijn behandeld in een nadere verificatievergadering op grond van art. 178 Faillissementswet Pro, waardoor het belang bij cassatie is komen te vervallen.
De cassatieberoepen worden daarom afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid of gebrek aan belang. De Hoge Raad bevestigt dat de procedurele regels in faillissementszaken strikt moeten worden nageleefd en dat art. 137 lid Pro 2 F niet mag worden gebruikt om vorderingen alsnog te introduceren zonder dat andere crediteuren zich kunnen verweren.
Uitkomst: Cassatieberoepen worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid of gebrek aan belang; art. 137 lid 2 F wordt beperkt uitgelegd.