ECLI:NL:PHR:2010:BO0201
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen sprake van valse ontslagreden bij opheffing functie stafhoofd vaktechniek
De zaak betreft het ontslag van een werkneemster die sinds 2000 als stafhoofd vaktechniek bij de werkgever in dienst was. De werkgever heeft de functie opgeheven wegens bedrijfseconomische en organisatorische redenen, waarbij de taken zijn herverdeeld onder het bestuur en een advocaat. De werkneemster betoogde dat het ontslag gebaseerd was op een valse reden en dat de functie wel degelijk toegevoegde waarde had gehad indien deze anders was ingevuld.
De kantonrechter en het hof Arnhem oordeelden dat de reden voor het ontslag niet vals of voorgewend was, maar verklaarden het ontslag wel kennelijk onredelijk vanwege de gevolgen voor de werkneemster, en kende een schadevergoeding toe. De Hoge Raad toetste de rechtmatigheid van het oordeel dat geen sprake was van een valse ontslagreden.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de feiten juist had beoordeeld en dat het vervallen van de functie een reële grond voor ontslag vormde. De herverdeling van taken betekent niet dat de functie bleef bestaan. Ook de stelling dat de werkneemster elders binnen de organisatie had kunnen worden geplaatst, werd verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het ontslag geen valse of voorgewende reden had.