ECLI:NL:PHR:2010:BO1267
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest mishandeling wegens onvoldoende motivering verwerping noodweer
In deze zaak werd verzoekster door het hof veroordeeld wegens opzettelijke mishandeling van het slachtoffer in een discotheek te Rotterdam. Verzoekster voerde onder meer een beroep op noodweer aan, stellende dat zij zich proportioneel had verdedigd tegen een aanval van het slachtoffer.
Het hof oordeelde dat verzoekster zich willens en wetens in een situatie had begeven waarin een tegenreactie van het slachtoffer te verwachten was, waardoor het beroep op noodweer werd verworpen. De Hoge Raad stelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep op noodweer werd afgewezen, met name ten aanzien van de vraag of sprake was van uitlokking door provocatie (culpa in causa).
De Hoge Raad benadrukt dat culpa in causa niet altijd het beroep op noodweer uitsluit en dat eerst moet worden vastgesteld of aan de wettelijke voorwaarden van noodweer is voldaan, alvorens culpa in causa als sluitstuk wordt beoordeeld. Gezien de feiten en verklaringen acht de Hoge Raad het oordeel van het hof dat verzoekster de confrontatie aan zichzelf te wijten had onvoldoende begrijpelijk en gemotiveerd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling van het beroep op noodweer. De overige middelen falen, en er zijn geen ambtshalve gronden tot vernietiging.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van culpa in causa binnen het leerstuk van noodweer en benadrukt de motiveringsplicht van de feitenrechter bij de verwerping van een beroep op noodweer.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweer.