ECLI:NL:PHR:2010:BO1628
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van appèldagvaarding wegens gebrekkige betekening aan feitelijke woonplaats
In deze zaak stond de vraag centraal of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend aan de verdachte. De verdachte had een postadres opgegeven dat afweek van zijn feitelijke verblijfadres, waar hij bij zijn vader woonde maar niet was ingeschreven vanwege diens wens.
Het hof had geoordeeld dat de dagvaarding geldig was betekend omdat de verdachte ten tijde van het hoger beroep niet in de basisadministratie persoonsgegevens was ingeschreven en geen feitelijke woon- of verblijfplaats bekend was. Dit oordeel werd door de Hoge Raad onbegrijpelijk geacht omdat uit de stukken bleek dat het opgegeven adres bij de vader nog steeds de feitelijke verblijfplaats was en er geen poging was gedaan om de dagvaarding daar te betekenen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat betekening aan een redelijkerwijs als woonplaats aan te merken adres moet plaatsvinden, tenzij dit adres achterhaald is of de betekening vergeefs was. Omdat dit niet het geval was, oordeelde de Hoge Raad dat de dagvaarding nietig is wegens gebrekkige betekening. Dit leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens gebrekkige betekening aan de feitelijke woonplaats van verdachte.