ECLI:NL:PHR:2010:BO1801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Benoeming halfbroer als bewindvoerder en mentor valt onder wettelijke voorkeur broers of zusters
In deze familiezaak stond de benoeming van een bewindvoerder en mentor voor een meerderjarige betrokkene centraal. Na het overlijden van de moeder, die deze rol vervulde, verzocht de vader de rechtbank om hem en de oudste zoon gezamenlijk als bewindvoerder en mentor aan te stellen. De kantonrechter benoemde echter de halfbroer als bewindvoerder en mentor, omdat deze het contact met betrokkene had hersteld en de vader niet in het belang van betrokkene handelde.
De vader stelde hoger beroep in, maar het hof bekrachtigde de beschikking en oordeelde dat de halfbroer als bewindvoerder en mentor het belang van betrokkene het beste diende. De vader stelde cassatieberoep in met onder meer het argument dat een halfbroer niet onder de wettelijke categorie 'broers of zusters' valt.
De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke voorkeur voor broers of zusters ook halfbroers en halfzusters omvat, mede gelet op de wetsgeschiedenis en het EVRM. Daarnaast stelde de Hoge Raad dat de rechter niet geheel vrij is bij de keuze van bewindvoerder of mentor en dat de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene primair gevolgd moet worden, mits die bekend is. De klachten over de motivering en de hoorplicht faalden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de benoeming van de halfbroer als bewindvoerder en mentor wordt bevestigd.