ECLI:NL:PHR:2010:BO1802
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Formele rechtskracht van dwangsombeschikking en verzet tegen dwangbevel in afvalstoffenexportzaak
De zaak betreft een verzetprocedure van All Round Shipping (ARS) tegen dwangbevelen van de Staat wegens overtreding van het exportverbod op bepaalde afvalstoffen volgens de EVOA. ARS trad op als expediteur voor voertuigen met daarin afvalstoffen die naar Afrikaanse landen werden geëxporteerd, zonder de vereiste kennisgeving.
De minister van VROM had aan ARS een last onder dwangsom opgelegd, met een dwangsom van €5.000 per overtreding. ARS voerde onder meer aan dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt, omdat zij slechts op afstand de uitvoer regelde en geen feitelijke controle had over de lading. Tevens stelde ARS dat de last onder dwangsom niet concreet genoeg was en dat zij niet tijdig was geïnformeerd over de overtredingen.
Het hof oordeelde dat de dwangsombeschikking formele rechtskracht heeft en dat de verzetrechter deze niet kan toetsen aan latere bestuursrechtelijke uitspraken of aan het gelijkheidsbeginsel. ARS werd geacht mede verantwoordelijk te zijn voor de overtredingen, ook al wist zij niet van de lading. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de formele rechtskracht van de dwangsombeschikking geldt zolang de bestuursrechtelijke weg niet succesvol is gevolgd. De Hoge Raad wijst ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro af en bevestigt dat betekening van het dwangsombesluit niet vereist is voor verbeurte van dwangsommen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de formele rechtskracht van de dwangsombeschikking en de afwijzing van het verzet tegen de dwangbevelen.