ECLI:NL:PHR:2010:BO3531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling formele rechtskracht van dwangsombesluit bij bouw zonder vergunning
Deze zaak betreft het verzet van eiseres tegen dwangbevelen die haar zijn opgelegd vanwege het bouwen zonder vergunning op een perceel met een kwekerij. De gemeente had een dwangsombesluit genomen om de bouwwerken te verwijderen, waarop eiseres bezwaar maakte maar geen beroep instelde. Vervolgens werden dwangbevelen uitgevaardigd om betaling van dwangsommen af te dwingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in latere uitspraken dat het bestemmingsplan de vestiging van een plantenkwekerij met bebouwing toeliet en dat een bouwblok in het betrokken plandeel moest worden opgenomen. Ondanks deze bestuursrechtelijke uitspraken bleef het dwangsombesluit formele rechtskracht houden omdat het niet tijdig werd aangevochten.
Het hof en de Hoge Raad bevestigden dat de burgerlijke rechter in een verzetprocedure niet de rechtmatigheid van het dwangsombesluit kan toetsen, ook niet als latere bestuursrechtelijke uitspraken op onrechtmatigheid wijzen. De formele rechtskracht van het dwangsombesluit blijft gelden zolang het niet is vernietigd of ingetrokken. De zaak illustreert de strikte taakverdeling tussen bestuursrechtelijke en burgerlijke rechterlijke procedures en benadrukt dat verzoeken tot intrekking of wijziging van het dwangsombesluit aan het bestuursorgaan en bestuursrechter zijn voorbehouden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de formele rechtskracht van het dwangsombesluit blijft gelden en de verzetprocedure kan de rechtmatigheid daarvan niet toetsen.