ECLI:NL:PHR:2010:BO6055
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toepassing en beëindiging van de schuldsaneringsregeling bij bekendheid relevante feiten
De zaak betreft een cassatieberoep van de bewindvoerder tegen een arrest van het gerechtshof dat het vonnis van de rechtbank vernietigde waarin de schuldsaneringsregeling van verweerders was beëindigd wegens het ernstig benadelen van schuldeisers. De rechtbank had de regeling beëindigd op grond van art. 350 lid 1 en Pro lid 3 sub f Fw, omdat de feiten die tot beëindiging leidden al bekend waren bij de rechtbank op het moment van toelating.
Het hof oordeelde dat de feiten bij de toelating bekend waren en wees het verzoek tot tussentijdse beëindiging af. De bewindvoerder stelde dat de rechtbank niet alle relevante informatie, waaronder handgeschreven verklaringen over de besteding van de opbrengst van de onderneming, had meegewogen en dat het hof art. 350 lid 3 sub f Fw Pro verkeerd had toegepast.
De Hoge Raad overwoog dat art. 350 lid 3 sub f Fw Pro alleen ziet op gronden die bij toelating bestonden maar pas later bekend werden. Nu de feiten bij toelating bekend waren, was toepassing van dit artikel niet aan de orde. Ook werd het aanvullend cassatieverzoek niet ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend en geen voorbehoud was gemaakt. De Hoge Raad concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de schuldsaneringsregeling terecht was voortgezet.