ECLI:NL:HR:2005:AU3720
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid aanvullend cassatieverzoek na termijn overschrijding in echtscheidingszaak
In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam waarin werd bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de vader zouden hebben. De moeder had in haar oorspronkelijke verzoekschrift een cassatiemiddel aangevoerd en daarbij een voorbehoud gemaakt om dit te kunnen aanvullen na ontvangst van het proces-verbaal van de hofzitting.
Na ontvangst van het proces-verbaal diende de moeder echter een aanvullend verzoekschrift in, maar dit gebeurde niet binnen de vereiste termijn van veertien dagen na verzending van het proces-verbaal. De vader stelde daarop dat de moeder niet-ontvankelijk moest worden verklaard in haar aanvullend verzoekschrift.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel aanvulling of wijziging van cassatiemiddelen na de beroepstermijn mogelijk is indien deze gronden niet eerder konden worden aangevoerd, dit aanvullend verzoekschrift met bekwame spoed moet worden ingediend. Nu de moeder dit niet tijdig had gedaan, kon het aanvullend verzoekschrift niet in behandeling worden genomen.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de moeder en bevestigde daarmee de beslissing van het hof. De klachten van de moeder waren niet ontvankelijk en behoefden geen nadere motivering omdat ze niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening van het aanvullend verzoekschrift en verklaarde dit niet-ontvankelijk.